Achtergrondteksten
Hart en ziel van de VRT niet breken
Alternatief efficiëntieplan van de drie vakbonden van de VRT.
(bezorgd aan de Raad van Bestuur en aan het directiecomité van de VRT op 29 maart 2010 )
De vakbonden hebben onderzocht hoe de VRT in de toekomst efficiënter kan werken. Een pakket van haalbare en realistische maatregelen kan volgens onze berekeningen tegen eind 2011 € 38.2 miljoen opleveren.
Dit zijn de hoofdlijnen van dat alternatieve plan.
Aanbod
Geen inkrimping van het aanbod op vlak van fictie, sport, vrijdagavondshows, Ketnet, ….
Zuiniger omgaan in de directe kosten van de programma’s (stuklijsten, “design to value” en aangekochte programma’s).
Drukken van de kostprijs van sport en fictie door het zoeken naar samenwerking en synergie met andere spelers in het medialandschap.
Tewerkstelling
Verder uitvoeren van het efficiëntietraject dat in 2008 werd opgestart. Dat betekent een vermindering van de tewerkstelling tegen eind 2011 met 75 FTE in plaats van 279 FTE zoals in het plan van de directie.
Zorgen voor voldoende instroom van nieuwe medewerkers tussen nu en eind 2011. Dat voorkomt een breuk in de creativiteit, in de dynamiek en in de competenties van de VRT.
Structurele voorstellen voor sociale uitstroom voor oudere werknemers.
Efficiëntie
Verminderen van de overtollige kosten en zuiniger werken waar dat mogelijk is.
Verminderen van de externe facturen en beter benutten van de interne capaciteit van de VRT.
Vereenvoudigen van de organisatiestructuren en verder verminderen van de totale managementkosten.
Ons voorstel voert de opdracht uit die de Vlaamse regering aan de VRT heeft gegeven, nl. het realiseren van een ingrijpende efficiëntie zonder dat dit nefaste en onherstelbare gevolgen heeft voor de tewerkstelling en voor de medewerkers en zonder dat dit het programma-aanbod van de VRT sterk aantast.
Dit voorstel legt geen hypotheek op de toekomst van de openbare omroep na 2011. Het media-aanbod wordt gevrijwaard en de interne en externe productiecapaciteit blijft intact.
Het is een plan dat efficiëntie realiseert waar dat mogelijk is maar dat stopt waar de afbraak van de VRT begint.
Vermindering van tewerkstelling door efficiency
| effect op tewerkstelling | effect op begroting in mio € | |
| Pensioen en uitstroom 60+ | - 120 FTE | 7,8 |
| Vrijwillig vertrek en ontslag | - 60 FTE | 3,9 |
| Deeltijds werken | - 45 FTE | 2,9 |
| Instroom nieuwe medewerkers | + 150 FTE | - 9,7 |
| Saldo | - 75 FTE | 4,8 |
Uitstroommaatregel voor medewerkers tussen 60 en 65 jaar (bonificatie 6 maanden)
Vrijwillig vertrek en ontslag : de prognose in het Plan (- 69 FTE) wordt bijgesteld naar – 60 FTE.
Deeltijds werken 65% tot eind 2011
Deze maatregel heeft geen structurele impact na 2011, de maatregel uit het Plan heeft potentiële impact tot 2023. Onze maatregel is flexibeler t.a.v. de werkorganisatie omdat de rigide voorwaarden van de RVA niet van toepassing zijn.
De vakbonden zijn voorstander van een sociale uitstroomregeling voor medewerkers van 56 jaar en ouder, in de vorm van deeltijdse vervroegde pensionering. Dit sluit aan bij de activeringspolitiek naar de leeftijdsgroep 55-65 jaar. Concrete voorstellen in dat verband zijn in ontwikkeling en zijn nog niet in dit plan opgenomen.
Het Directieplan erkent het belang van de instroom van nieuwe medewerkers, maar becijfert dit nergens concreet.
De nieuwe instroom van 150 FTE garandeert dat de VRT voldoende continuïteit bewaart om zijn opdracht nu en in de toekomst op een vakbekwame en kwaliteitsvolle manier te blijven uitoefenen. Zo draagt de VRT zijn steentje bij om de jongerenwerkloosheid terug te dringen.
Resultaat en vooruitzichten
Het saldo van – 75 FTE is in lijn met het bestaande meerjarenplan 2009-2011. Daardoor klopt de VRT eind 2011 af op 2482 FTE, het laagste aantal in de laatste 2 beheersovereenkomsten (2002 – 2507 FTE) en lager dan de target van de BHO (2502 FTE).
De toename van FTE’s die ontstaat na afloop van de maatregel deeltijds 65% wordt door deze buffer opgevangen en door het verlengen van de uitstroommaatregel Vervroegd Deeltijds Pensioen in 2012.
De vermindering van de tewerkstelling is voor de vakbonden geen vanzelfsprekende zaak. Zij dient dan ook samen te gaan met het oplossen van een aantal aanslepende sociale dossiers.
Opportuniteiten
De vermindering van tewerkstelling met 75 FTE tot eind 2011 legt geen hypotheek op de continuïteit en op de toekomstige rol en opdracht van de VRT. De parallelle instroom van nieuwe medewerkers laat de VRT om via selectieve vervanging kritische functies en competenties te behouden en te versterken.
De natuurlijke uitstroom die zich tussen 2012 – 2014 – 2016 voordoet maakt het mogelijk om flexibel in te spelen op de herschikking van de opdracht van de VRT zoals die in de nieuwe beheersovereenkomst mogelijk wordt ingeschreven.
De provisie van € 15 mio voor herstructureringskosten vermindert naar € 5 mio. Hierdoor wordt de reserve van de VRT veel minder aangetast en wordt ook de liquiditeitspositie verbeterd.
Totale tewerkstelling bij de VRT – longitudinaal
In 2000 bedroeg het tewerkstellingsvolume bij de VRT 2073,1 FTE
Er werkten toen evenwel nog bijkomende 523,8 FTE’s bij de VRT onder allerlei precaire tewerkstellingsvormen (vnl. aannemingscontracten en andere varianten van schijnzelfstandigheid)
Na een rapport van de Sociale Arbeidsinspectie besliste toenmalig ceo Bert De Graeve om op 1/1/2001 over te gaan tot regularisering. 421,1 FTE kwamen vast in dienst, 102,7 FTE leverden arbeidsprestaties op uitzendbasis.
De maatregelen in dit plan zorgen ervoor dat het totale tewerkstellingsvolume bij de VRT eind 2011 het laagste is in zijn recente geschiedenis, ondanks de toename van het productievolume en van de uitzenduren.
Tewerkstelling in FTE en uitzendkrachten (UZK)
| Jaar | FTE’s | UZK | Totaal | % totaal | % FTE |
| 2000 | 2073,1 | 0,0 | 2596,9 | 0,9538 | |
| 2001 | 2493,4 | 102,7 | 2596,1 | 0,9535 | 0,9469 |
| 2002 | 2506,9 | 89,1 | 2596,0 | 0,9534 | 0,9520 |
| 2003 | 2513,4 | 95,6 | 2609,0 | 0,9582 | 0,9545 |
| 2004 | 2551,6 | 126,0 | 2677,6 | 0,9834 | 0,9690 |
| 2005 | 2593,3 | 118,9 | 2712,2 | 0,9961 | 0,9848 |
| 2006 | 2633,3 | 89,5 | 2722,8 | 1,0000 | 1,0000 |
| 2007 | 2611,3 | 85,7 | 2697,0 | 0,9905 | 0,9916 |
| 2008 | 2597,3 | 102,0 | 2699,3 | 0,9914 | 0,9863 |
| 2009 | 2556,9 | 100,3 | 2657,2 | 0,9759 | 0,9710 |
| 2010 | 2516,9 | 90,0 | 2606,9 | 0,9574 | 0,9558 |
| 2011 | 2481,9 | 85,0 | 2566,9 | 0,9427 | 0,9425 |
De reductie van uitzendarbeid in 2010 en 2011 is het gevolg van het beter benutten van de interne capaciteit en de insourcing van oneigenlijke vormen van uitzendarbeid.
Ten opzichte van de tewerkstellingspiek van 2722,8 FTE in 2006 vermindert het tewerkstellingsvolume tot eind 2011 met ongeveer 6 %.
Vermindering van personeelsuitgaven
| effect op begroting in mio € | |
| Uitstel geplande indexverhoging | 3,0 |
| Afschaffen van alle bonussen | 1,2 |
| Kost persoonlijke bedrijfswagens – 60% | 1,0 |
| Omzetten overuren/zondagsuren in tijd | 2,0 |
| Saldo | 7,2 |
Na de vermindering van het aantal managementsfuncties en met de beoogde herschikking van klasse 7 kan de kost voor persoonlijke bedrijfswagens met 60% worden verminderd ipv 15%. De hoge kost voor persoonlijke bedrijfswagens is niet conform met de bedrijfscultuur die de VRT als openbare dienstverlener zou moeten huldigen.
De keuze om compensaties voor het presteren van overuren en van zondagsuren in tijd of in geld op te nemen is conform met de uitgangspunten die door directie en vakbonden werden vastgelegd mbt de herziening van het werkreglement.
De efficiency die daardoor kan worden gerealiseerd komt overeen met 31 FTE.
Deze vermindering van FTE wordt opgevangen door de verdere vereenvoudiging van de organisatiestructuur (o.a. in klasse 7) waardoor medewerkers in overtollige consulterende functies opnieuw in de productie worden ingeschakeld en door het activeren van medewerkers die nu onvoldoende worden benut.
Werkingskosten en investeringen
| effect op begroting in mio € | |
| Efficiency op externe werkingskosten | 10,0 |
| Efficiency op het investeringsplan | 1,6 |
| Saldo | 11,6 |
De geplande efficiency op de exploitatiebudgetten, in het aankoopbeleid, inzake benutting van de interne capaciteit en het beperken van de reserves zoals in het Plan begroot is in de praktijk realistisch en haalbaar.
Hetzelfde geldt voor de geplande efficiency op het investeringsplan.
Het vervangen van reguliere vormen van tewerkstelling op factuur door interne tewerkstelling is een aandachtspunt.
Voor het optimaal benutten van de interne capaciteit komen o.a. in aanmerking :
- omzetten van structurele uitzendarbeid (vb. bij catering).
- het verhogen van de interne capaciteit (“insourcing”) bij ENG (cf. Plan punt 6 blz 22)
- omzetten van structurele consultancy-opdrachten (vb. bij Technologie).
Efficiency op het aanbod
| effect op begroting in mio € | |
| Algemene besparing op de programma’ Design to value en efficiency op stuklijsten |
10,6 |
| Efficiency inzake sportrechten en fictie-aanbod | 2,0 |
| Meeropbrengst tv-sponsoring door vrijwaring aanbod | 2,0 |
| Saldo | 14,6 |
De algemene besparing op de totale programmakost door de verdere implementatie van “design to value” en door het kostenbewust omgaan met stuklijsten en cash out kan de beoogde efficiency van
€ 9,3 mio opleveren. Het toepassen van die algemene besparing op het totale aanbod ( incl. € 25 mio programmabudgetten die in het Directieplan worden geschrapt ) doet de besparing oplopen tot 10,6 mio.
Het is weinig zinvol om in dit verband quota per programmagenre te hanteren. Een geobjectiveerde en kritische analyse van de kosten per programmagenre en per afzonderlijk programma is effectiever.
Het Vlaamse regeerakkoord vraagt de VRT om op het vlak van zijn media-aanbod te zoeken naar samenwerking en synergieën met andere spelers in het landschap.
Op het vlak van sportrechten en van fictie-aanbod liggen er op dat vlak kansen.
Samenwerking en synergie en een eventuele herschikking van de portfolio van sportrechten en het toepassen van gemengde financiering en/of van coproductie van Vlaamse fictie kunnen een reële efficiency van € 2,0 mio opleveren.
Het aanbod aan Vlaamse fictie dat belangrijk is voor de Vlaamse kijker en voor de effecten die het heeft op de tewerkstelling in heel de Vlaamse audiovisuele industrie en aanverwante sectoren (theater, bioscopen, …) wordt op die manier gevrijwaard.
Het vrijwaren van het aanbod levert een meeropbrengst op aan tv-sponsoring.
Samenvatting
Het is niet mogelijk om alle opportuniteiten voor het realiseren van meer efficiency concreet te becijferen.
Er zijn zeker nog opportuniteiten om de totale werkingskost van de VRT structureel te verminderen en op die manier bij de aandeelhouders van de VRT en bij het Vlaamse publiek het vermoeden weg te nemen dat er onvoldoende zorgzaam met gemeenschapsgelden zou worden omgegaan.
Samenvattende tabel alternatief efficiëntieplan
| Rubrieken | Besparing (in € miljoen) |
| Tewerkstelling | 4,8 |
| Vermindering personeelsuitgaven | 7,2 |
| Werkingskosten en investeringen | 11,6 |
| Efficiency op het aanbod | 14,6 |
| Totaal | 38,2 |
Statutaire pensioenverplichtingen
De Vlaamse regering heeft t.a.v. de VRT financiële verplichtingen voor statutaire pensioenfinanciering. In het kader van een globaal debat over de (toekomstige) financiering van de openbare omroep is het wenselijk om de problematiek van de statutaire pensioenverplichtingen daarin op te nemen.
Verschillende scenario’s zijn denkbaar om de statutaire pensioenfinanciering van de VRT in de toekomst op een meer duurzame en verantwoorde wijze te verzekeren.
Twee concrete opties worden alvast ter overweging gegeven :
- aangaan van een overeenkomst met de Pensioendienst van de Openbare Sector (PDOS), sector pool der parastatalen.
- het omzetten in de VRT van een bepaald volume aan contractuele tewerkstelling in statutaire tewerkstelling.
Een fundamentele herziening van de wijze waarop aan de statutaire pensioenverplichtingen van de VRT wordt voldaan kan een drievoudige benefit opleveren :
- een verlichting van de last op de Vlaamse begroting;
- meer duurzame waarborgen voor de statutaire rechthebbenden;
- vermindering van de totale kost van de openbare omroep voor de Vlaamse regering.
Blind besparingsplan bedreigt de toekomst van de VRT
[ Mededeling van de drie vakbonden van de VRT – 16 maart 2010 ]
Het Besparingsplan waarmee de VRT tegen eind 2011 € 65 miljoen wil besparen treft de medewerkers van de VRT hard en tast het programma-aanbod drastisch aan.
De cijfers spreken voor zich : 279 arbeidsplaatsen gaan verloren, tv-programma’s die hoekstenen van ons media-aanbod zijn worden geschrapt, de contractuele lonen worden in 2011 tijdelijk bevroren en de aangekondigde efficiëntie doet vrezen voor de kwaliteit van de programma’s en van de werkomstandigheden. 15 maart 2010 is een heel zwarte dag in de geschiedenis van de VRT.
De vakbonden zullen dit plan in de volgende dagen in detail bestuderen en andere oplossingen en alternatieven uitwerken. Verontrustend is dat dit plan geen kompas voor de toekomst van de VRT bevat. Het is een blind plan dat uitsluitend focust op besparen en dat nergens aangeeft hoe de VRT zijn rol en opdracht na 2010 nog op een volwaardige en verantwoorde manier kan vervullen.
De Raad van Bestuur van de VRT heeft kennis genomen van het Besparingsplan 2011, maar nam nog geen beslissing. Er vindt nu een informatieronde plaats en in dat verband hebben de vakbonden van de VRT op maandag 22 maart een gesprek met een delegatie van de Raad van Bestuur.
De vakbonden zullen hun bezwaren tegen dit plan aan de Raad van Bestuur kenbaar maken en rekenen er op dat er dan snel echte onderhandelingen opstarten over alle onderdelen van dit plan.
€ 65 miljoen besparen op één jaar tijd is onrealistisch. De nu aangekondigde maatregelen leggen een hypotheek op de toekomst van de VRT. Dit besparingsplan is onaanvaardbaar voor de medewerkers en voor de Vlaamse mediagebruikers en kan en mag in zijn huidige vorm niet uitgevoerd worden.
De vakbonden ijveren er voor dat de Raad van Bestuur, directie en vakbonden van de VRT een consensus zouden bereiken over een haalbaar en realistisch plan voor de VRT. Wij willen daarbij rekening houden met de bezorgdheden en prioriteiten van de Vlaamse regering maar vragen van de regering begrip voor de besparingsinspanningen die de VRT in de voorbije jaren al geleverd heeft.
Een dergelijk bijgestuurd en realistisch plan kan dan aan de Vlaamse regering voorgelegd worden. Een beslissing over een definitief plan moet uiterlijk in juni vallen.
Hieronder beschrijven we in het kort de inhoud van het voorgestelde besparingsplan.
De tewerkstelling vermindert met 279 FTE’s (€ 18 miljoen)
95 FTE’s verdwijnen via pensionering, o.a. als gevolg van de uitstroomregeling die eind 2009 tot stand kwam. 115 FTE’s moeten gevonden worden door het stimuleren van halftijdse loopbaanonderbreking, zowel bij jonge als bij oudere medewerkers. De 69 andere FTE’s zijn het gevolg van vrijwillig vertrek en andere vormen van beëindiging van contract.
De kostprijs van deze maatregel wordt voorlopig begroot op € 15 miljoen en het blijft onzeker of de beoogde besparingsdoelstelling tegen eind 2011 wel wordt gehaald. Op korte termijn zullen er veel functies en competenties verdwijnen en het is zeer de vraag of de VRT daardoor zijn opdracht in de toekomst wel naar behoren kan blijven vervullen.
Drastisch schrappen in het media-aanbod (€ 30 miljoen)
Minder sport, geen entertainment op vrijdagavond, vermindering van Vlaamse producties, minder nieuwe Vlaamse fictie, afbouw van het online aanbod, 400 uitzenduren weg bij Ketnet, minder muziekcaptaties voor Klara en Canvas : zo wordt het programma-aanbod van de VRT in 2011 ingekrompen …
Dat is een zeer zware ontgoocheling voor al onze programmamakers en medewerkers, maar het treft ook de Vlaamse kijkers zeer hard. Bovendien brengt het verminderen van dat programma-aanbod de VRT en de hele audiovisuele sector in een neerwaartse economische spiraal. Dit scenario van afbouw van het programma-aanbod heeft alleen maar negatieve gevolgen.
Verloningsmaatregelen (€ 5,4 miljoen)
De contractuele lonen worden in 2011 voor 7 maanden bevroren. Alle bonussen worden in 2010 en in 2011 geschrapt en er wordt bespaard op de kosten van persoonlijke bedrijfswagens.
De vakbonden verwerpen het tijdelijk uitstellen van de afgesproken loonsverhogingen met klem.
Werkingskosten en investeringen (€ 11,6 miljoen)
Er wordt voor € 10 miljoen bespaard op niet programmagebonden werkingskosten en voor € 1,6 miljoen op investeringen.
